Mediation Gelderland
Pensioenverevening of conversie

Pensioen en nabestaandenpensioen

Bij een echtscheiding, een scheiding van tafel en bed of een beëindiging van geregistreerd partnerschap moeten (ex-) partners allerlei zaken regelen waaronder de verdeling van ouderdomspensioen.

Dit document geeft een beschrijving van de wettelijke regeling op dit gebied - de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding - en vertelt hoe een verdeling van ouderdomspensioen tot stand komt. Pensioenverdeling kan een ingewikkelde zaak zijn.

Met "ex-partner" wordt niet alleen de gescheiden man of vrouw bedoeld, maar ook de nog met elkaar getrouwde man en vrouw die van tafel en bed zijn gescheiden en de ex-geregistreerde partner. Onder "scheiding" wordt begrepen de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed en de beëindiging van een geregistreerd partnerschap. Met "scheidingsconvenant” wordt bedoeld de schriftelijke afspraak tussen ex-partners met het oog op de scheiding.

Waarom deze wet?

De wet gaat over de verdeling van het ouderdomspensioen bij scheiding. Beide ex-partners hebben recht op de helft van het huwelijksouderdomspensioen of het partnerschapouderdomspensioen, dat is het ouderdomspensioen dat tussen sluiting van huwelijk of geregistreerd partnerschap en scheiding is opgebouwd. Beide ex-partners krijgen hun deel van het pensioen apart uitbetaald door de pensioenuitvoerder. In de wet wordt degene die pensioen heeft opgebouwd ‘vereveningsplichtige’ genoemd en degene die niet zelf pensioen heeft opgebouwd ‘vereveningsgerechtigde’.

VUT-regelingen, ongehuwdenpensioenen, lijfrenten, invaliditeitspensioenen en bepaalde tijdelijke pensioenen vallen niet onder de ‘Wet verevening pensioenrechten bij scheiding’.

Een nabestaandenpensioen wordt volgens de ‘Wet verevening pensioenrechten bij scheiding’ niet verdeeld. Bij conversie wordt het echter wel betrokken. Het bijzonder nabestaandenpensioen wordt dan omgezet in een deel van de eigen aanspraak op ouderdomspensioen.

AOW-pensioenen vallen ook niet onder de wet. Die worden immers aan iedereen die 65 jaar wordt individueel uitbetaald. Zolang u getrouwd of ongetrouwd samenwoont, krijgen u en uw echtgenoot of partner het AOW-pensioen voor gehuwden. Zodra u niet meer samenwoont (omdat u of uw echtgenoot of partner is weggegaan of uw echtgenoot of partner is overleden), krijgt u het AOW-pensioen voor alleenstaanden.

Nabestaandenuitkeringen op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) vallen niet onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

Niet altijd wordt het pensioen verdeeld. In de wet staat een ondergrens voor de uitbetaling door de pensioenuitvoerder. Het bedrag dat de pensioenuitvoerder zou moeten betalen aan de ex-partner die zelf het pensioen niet heeft opgebouwd, moet op het tijdstip van scheiding meer zijn dan Euro 462,88 bruto per jaar (per 1 januari 2015). Woont die persoon op het moment van scheiding in het buitenland, dan is de ondergrens het dubbele van dit bedrag. Kleine pensioenen worden dus niet verdeeld.

Voor wie geldt de wet?

  • ex-echtgenoten van wie de echtscheiding op of ná 1 mei 1995 is ingeschreven in de registers van de      burgerlijke stand;
  • ex-echtgenoten van wie de scheiding van tafel en bed op of ná 1 mei 1995 definitief is geworden;
  • ex-geregistreerde partners van wie het geregistreerd partnerschap definitief is beëindigd.

Uitsluiting van de wet

In de wet staat dat u de toepasselijkheid van de ‘Wet verevening pensioenrechten bij scheiding’ in de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of het scheidingsconvenant kunt uitsluiten. Dat betekent dat u ervoor kunt kiezen om in de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of in het scheidingsconvenant af te spreken, dat u de regeling van de wet over de verdeling van ouderdomspensioen niet zult volgen als u gaat scheiden. Als u de toepasselijkheid van de wet uitsluit, kunt u samen met uw ex-partner andere afspraken maken over de verdeling van pensioenaanspraken, bijvoorbeeld bij de boedelscheiding. De afspraken die u dan maakt, gelden echter alleen tussen u en uw ex-partner. De pensioenuitvoerder hoeft er dus geen rekening mee te houden.
Sluit u de toepasselijkheid van de wet uit, dan stuurt u geen formulier op.

Toch een formulier

Als één van de ex-partners binnen twee jaar na de scheiding toch een formulier naar de pensioenuitvoerder stuurt, neemt deze het formulier wèl in behandeling. De ex-partner die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, krijgt van de pensioenuitvoerder schriftelijk te horen hoeveel zij of hij als deel van het ouderdomspensioen krijgt en vanaf wanneer. De andere ex-partner krijgt van die brief een kopie.
De pensioenuitvoerder kan namelijk niet weten dat u de toepasselijkheid van de wet hebt uitgesloten.

De andere ex-partner moet dan aantonen dat de toepasselijkheid van de wet is uitgesloten. Dit doet hij of zij door het opsturen van een gewaarmerkte kopie (of een gewaarmerkt uittreksel) van de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of van het scheidingsconvenant naar de pensioenuitvoerder.

Waarvoor dient het formulier?

Als u recht heeft op een gedeelte van het pensioen van uw ex-partner dan zal op een bepaald moment dat deel van het pensioen naar u moeten worden overgemaakt. De pensioenuitvoerder waarbij uw ex-partner een pensioen aan het opbouwen is of een pensioen heeft opgebouwd, moet voor die uitbetaling zorg dragen. De pensioenuitvoerder moet, om aan de juiste personen te kunnen uitbetalen, weten dat u bent gescheiden en hoe u het pensioen verdeeld wilt hebben. Daarom moet u uw scheiding melden bij de pensioenuitvoerder. Dat kunt u alleen doen met het formulier ‘Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen’.

Dit formulier stuurt u naar de pensioenuitvoerder waarbij uw ex-partner is aangesloten.

Dat doet u zo snel mogelijk; in elk geval binnen twee jaar na de scheiding. (Als u een al ingegaan pensioen meldt, schrijf dan in de linkerbovenhoek van het formulier: ‘S.V.P. met voorrang behandelen’. Op die manier kan de pensioenuitvoerder uw aanvraag voorrang geven.)

Samen of alleen

U kunt samen met uw ex-partner het formulier invullen en opsturen, maar u kunt het ook alleen doen. Voor de pensioenuitvoerder is het voldoende als één van de ex-partners de melding doet. Alleen als u een andere verdeling of ‘conversie’ wilt, moeten u en uw ex-partner allebei het formulier ondertekenen. De keuze die u in het formulier vastlegt voor de manier waarop het ouderdomspensioen moet worden verdeeld, is voor de pensioenuitvoerder in principe definitief.

Maak van het ingevulde formulier een kopie en bewaar die bij uw verzekeringspapieren. Op die manier hebt u altijd alle gegevens bij de hand.

Als u en uw ex-partner ieder afzonderlijk een formulier opsturen en de gegevens die u verstrekt zijn niet hetzelfde als de gegevens die uw ex-partner verstrekt, loopt u het risico dat de uitbetaling van een deel van de pensioengelden wordt vertraagd.

Hoe wordt het pensioen verdeeld?

Beide ex-partners hebben pensioen opgebouwd Als u en uw ex-partner allebei pensioen hebben opgebouwd, kunnen die pensioenen in principe allebei op dezelfde manier worden verdeeld. Als u en uw ex-partner allebei ongeveer evenveel pensioen hebben opgebouwd, kunt u afzien van de verdeling van beide pensioenen. Verschilt de opbouw van beide pensioenen erg veel, dan kunt u ook kiezen voor het verdelen van één van de pensioenen. U kunt bijvoorbeeld het grootste pensioen verdelen en daarbij degene die het kleinste pensioen heeft (dat niet wordt verdeeld), de helft geven van het grootste ouderdomspensioen, min de helft van het bedrag van het eigen pensioen.

Een van de ex-partners overlijdt

Als één van de ex-partners overlijdt, verandert de situatie voor de ander. Overlijdt de ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd, dan krijgt de overlevende ex-partner geen deel meer van het ouderdomspensioen. (Overlijdt iemand voor de pensioendatum, dan wordt er helemaal geen ouderdomspensioen uitgekeerd. En als diegene na de pensioendatum overlijdt, stopt de uitkering. Er valt dan dus niets (meer) te verdelen.) Meestal is er dan recht op een bijzonder nabestaandenpensioen. Overlijdt de ex-partner die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, dan krijgt de ander weer het volledige ouderdomspensioen.

Als er conversie heeft plaatsgevonden, verandert de situatie voor de ex-partner niet als de andere ex-partner overlijdt.

Nabestaandenpensioen

In veel pensioenregelingen is er naast een aanspraak op ouderdomspensioen ook een aanspraak op nabestaandenpensioen. Het nabestaandenpensioen is een uitkering die de ene partner kan krijgen als de ander (die het ouderdomspensioen heeft opgebouwd) overlijdt. Het nabestaandenpensioen wordt meestal afgeleid van het ouderdomspensioen dat zou zijn bereikt bij pensionering van de partner.
Een volledig nabestaandenpensioen bedraagt vaak 5/7 deel of 70% van het volledige ouderdomspensioen.

Bijzonder nabestaandenpensioen

Het bijzonder nabestaandenpensioen is de uitkering die de ene ex-partner kan krijgen als de ander (die het ouderdomspensioen vóór de echtscheiding of beëindiging van het partnerschap heeft opgebouwd) overlijdt. Het bijzonder nabestaandenpensioen wordt niet meer afgeleid van het ouderdomspensioen dat bereikt kan worden bij pensionering. Bij de echtscheiding of beëindiging van het partnerschap wordt de verdere opbouw van het nabestaandenpensioen stopgezet. Bij een scheiding van tafel en bed wordt de opbouw van het nabestaandenpensioen pas stopgezet wanneer die scheiding van tafel en bed is gevolgd door ontbinding van het huwelijk. In geval van een scheiding van tafel en bed is dus voor de opbouw van het nabestaandenpensioen een andere datum relevant dan voor de verdeling van het ouderdomspensioen.

Standaardverdeling

In de wet is een standaardverdeling opgenomen. Daarbij krijgen u en uw ex-partner allebei de helft van het ouderdomspensioen dat tussen de huwelijks- of partnerschapsluiting en scheiding is opgebouwd. Het maakt niet uit of er sprake is van gemeenschap van goederen of huwelijkse of partnerschapvoorwaarden. Tenzij in de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of in het scheidingsconvenant uitdrukkelijk de toepasselijkheid van de wet is uitgesloten, of uitdrukkelijk staat dat er geen verdeling van ouderdomspensioen zal zijn bij scheiding. Zolang u en uw ex-partner in leven zijn, krijgt ieder na pensionering de helft van het huwelijks- of partnerschapouderdomspensioen. Als degene die het ouderdomspensioen niet zèlf heeft opgebouwd overlijdt, krijgt de ander weer het volledige ouderdomspensioen.

Als degene die wèl zelf het ouderdomspensioen heeft opgebouwd overlijdt, verliest de ander eveneens het verevende deel van ouderdomspensioen, maar de ander kan vervolgens wel bijzonder nabestaandenpensioen krijgen.

Andere verdeling

U kunt met uw ex-partner een andere verdeling van het ouderdomspensioen afspreken. U kunt bijvoorbeeld afspreken dat niet ieder de helft van het ouderdomspensioen krijgt, maar dat de verdeling bijvoorbeeld 60% voor de ene partner en 40% voor de andere partner wordt. Ook kunt u afspreken dat (een deel van) het ouderdomspensioen dat vóór het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd eveneens wordt verdeeld. Bijvoorbeeld het ouderdomspensioen dat is opgebouwd in de periode dat u ongetrouwd of ongeregistreerd samenwoonde.

Voorbeeld 1: Heer X en mevrouw Y zijn 34jaar getrouwd als zij in augustus 1995 gaan scheiden. Heer X is 59 jaar en mevrouw Y is 57 jaar. Tijdens het huwelijk heeft heer X 32 jaar gewerkt en al die tijd heeft hij pensioen opgebouwd.

Situatie A: Heer X en mevrouw Y zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en er zijn geen afspraken gemaakt over de verdeling van het ouderdomspensioen.

Mevrouw Y heeft geen pensioenaanspraken opgebouwd. Mevrouw Y krijgt bij pensionering van heer X de helft van het ouderdomspensioen dat heer X tijdens het huwelijk heeft opgebouwd.

Heer X krijgt de andere helft plus het volledige pensioen dat hij na scheiding opbouwt. Mevrouw Y krijgt daar niets van.

Omdat er sprake is van de standaardverdeling hoeft maar één van de ex-partners het formulier te ondertekenen en op te sturen. Zij spreken af dat heer X het formulier ondertekent en naar zijn pensioenuitvoerder stuurt.

Situatie B: Heer X en mevrouw Y zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Heer X heeft weliswaar 32jaar pensioen opgebouwd, maar hij heeft dat gedaan bij 9 verschillende pensioenuitvoerders. Omdat heer X niet veel verdiende, zijn bijna al die pensioentjes te klein om te worden verdeeld.

Mevrouw Y heeft eerst 3 jaar parttime gewerkt, daarna 17jaar niet en de laatste 12jaar fulltime. Mevrouw Y heeft 15jaar pensioen opgebouwd op het moment van scheiding. Zij wil blijven werken tot haar pensionering.

Zij verdient veel meer dan haar ex-echtgenoot. Heer X en mevrouw Y spreken in een scheidingsconvenant af dat er geen verdeling van de pensioenen zal plaatsvinden. Heer X en mevrouw Y sturen géén formulier op.

Afspraken over een andere verdeling moeten zijn vastgelegd in de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of in het scheidingsconvenant. Als u een andere verdeling afspreekt, moet het formulier zowel door u als door uw ex-partner worden ondertekend. U moet verder een gewaarmerkte kopie of een gewaarmerkt uittreksel van de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of een gewaarmerkte kopie of een gewaarmerkt uittreksel van het scheidingsconvenant met het formulier meesturen naar de pensioenuitvoerder.

Conversie

Als u voor conversie kiest, kiest u ook voor een andere verdeling. Bij conversie (wat omzetting betekent) wordt het deel van het ouderdomspensioen van de andere ex-partner (die het pensioen heeft opgebouwd), samen met het bijzonder nabestaandenpensioen voorgoed omgezet in een eigen ouderdomspensioen. Dit is de ‘eigen aanspraak op ouderdomspensioen’ voor degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd.

De ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd, houdt na de conversie vanaf de pensionering het niet omgezette deel van het huwelijks- of partnerschapouderdomspensioen. Na de conversie hebben beide ex-partners hun eigen ouderdomspensioen en maakt het voor geen van beiden uit, of de ander nog wel of niet meer in leven is. Afspraken over conversie moeten zijn vastgelegd in de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of in het scheidingsconvenant. Als u voor conversie hebt gekozen, moet het formulier zowel door u als door uw ex-partner worden ondertekend.

U moet verder een gewaarmerkte kopie of een gewaarmerkt uittreksel van de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of een gewaarmerkte kopie of een gewaarmerkt uittreksel van het scheidingsconvenant met het formulier meesturen naar de pensioenuitvoerder. Conversie is alleen mogelijk als de pensioenuitvoerder met uw verzoek instemt. Is uw verzoek door de pensioenuitvoerder geaccepteerd, dan is de conversie definitief en kan die niet meer worden teruggedraaid. Conversie is alleen mogelijk bij echtscheiding of beëindiging van geregistreerd partnerschap.

Verdeling bij conversie

Bij een standaardverdeling na conversie krijgt de ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd na pensionering de helft van het huwelijks- of partnerschapouderdomspensioen en de ander krijgt een ‘eigen aanspraak op ouderdomspensioen’.

Voorbeeld 2: Heer X en mevrouw Y zijn 15 jaar getrouwd als zij in juni 1995 gaan scheiden. Heer X is dan 38 jaar en mevrouw Y is 35 jaar. Tijdens het huwelijk heeft heer X 12 jaar pensioenopbouw en mevrouw Y 9 jaar, waarvan de eerste 5 jaar uit een parttime baan.

Situatie A: Heer X en mevrouw Y zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd, maar daarin staat niets over pensioenverdeling. Zij willen het pensioen van mevrouw Y niet verdelen. Daarom staat in het scheidingsconvenant dat alleen het pensioen van heer X wordt verdeeld. Over de percentages die beide ex-partners zullen krijgen, is in het scheidingsconvenant afgesproken dat heer X 65 % krijgt van het pensioen dat hij zelf heeft opgebouwd en mevrouw Y 35%. Dit melden beide ex-partners in het formulier, dat naar de pensioen uitvoerder van heer X wordt gestuurd.

Beide ex-partners ondertekenen het formulier. Zij sturen een door de advocaat gewaarmerkte kopie van het scheidingsconvenant mee. Zij sturen geen formulier naar de pensioenuitvoerder van mevrouw Y.

Situatie B: Heer X en mevrouw Y zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. De laatste jaren heeft mevrouw Y een heel goede baan en zij wil graag tot haar pensioen blijven werken. Datzelfde geldt voor heer X. Zij willen beide pensioenen verdelen en kiezen voor conversie met de standaardverdeling. Dit wordt in het scheidingsconvenant opgenomen.

Mevrouw Y krijgt de helft van het huwelijksouderdomspensioen van heer X, plus de waarde van het omgezette bijzonder nabestaandenpensioen dat hoort bij het ouderdomspensioen van heer X. Dit is haar ‘eigen aanspraak op ouderdomspensioen’. Heer X krijgt de helft van het huwelijksouderdomspensioen van mevrouw Y, plus de waarde van het omgezette bijzonder nabestaandenpensioen dat hoort bij het ouderdomspensioen van mevrouw Y. Dit is zijn ‘eigen aanspraak op ouderdomspensioen’. Zij sturen allebei een formulier naar de eigen pensioenuitvoerder. Beide formulieren worden door beide ex-partners ondertekend. Allebei sturen zij een door de advocaat gewaarmerkt afschrift van het scheidingsconvenant mee. De pensioenuitvoerders delen hen vervolgens mee dat zij instemmen met de gevraagde conversie.

Helft huwelijkse of partnerschapouderdomspensioen en ‘eigen aanspraak’

Bij een standaardverdeling na conversie is de ‘eigen aanspraak op ouderdomspensioen’ meer dan 50% van het ouderdomspensioen dat de andere ex-partner tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap heeft opgebouwd. Dit komt omdat de eigen aanspraak is verkregen uit de omzetting van de helft van het huwelijkse of partnerschapouderdomspensioen en de omzetting van het gehele bijzonder nabestaandenpensioen.

Hoeveel meer dat is, hangt af van:

de hoogte van het omgezette bijzonder nabestaandenpensioen

  • de leeftijden van beide ex-partners
  • het moment waarop de pensioenopbouw is begonnen (vóór of ná het trouwen of sluiten van het      geregistreerd partnerschap)
  • de pensioenopbouw tijdens de duur van het huwelijk of geregistreerd partnerschap
  • de pensioenregeling die van toepassing is

De pensioenuitvoerder gebruikt voor de berekening van de waarden van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen tabellen met de gemiddelde sterfteleeftijden van mannen en vrouwen. In z’n algemeenheid kan niet worden gezegd of conversie voordelig is of niet. U kunt dat het beste door de pensioenuitvoerder laten berekenen.

U kunt echter ook een andere verdeling afspreken. U kunt afspreken dat u en uw ex-partner een verschillend percentage krijgen van het ouderdomspensioen, dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Of dat een bepaalde periode vóór of ná het huwelijk of geregistreerd partnerschap, waarin ouderdomspensioen is opgebouwd, meetelt.

Gevolgen van conversie

Een gevolg van conversie is, dat de pensioenregeling van de ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd, op dezelfde manier geldt voor de ander. In de pensioenregeling staat bijvoorbeeld of het pensioen in maandelijkse termijnen of in kwartaaltermijnen wordt uitbetaald. Dat geldt dan dus ook voor ‘de eigen aanspraak op ouderdomspensioen’ van de ex-partner die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd.

Conversie heeft voordelen en nadelen

Een voordeel voor beide ex-partners is, dat de band tussen hen definitief is verbroken. Degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, heeft een ‘eigen aanspraak op ouderdomspensioen’. Een nadeel van conversie voor de vereveningsgerechtigde is, dat zij of hij bij het overlijden van de ex-partner vóór de eigen pensioendatum, zonder enig inkomen van of via de ex-partner komt te zitten, want ook een eventuele alimentatie stopt. Zij of hij moet dan tot aan de eigen pensioendatum zèlf in het onderhoud kunnen voorzien. Een nadeel voor degene die het pensioen heeft opgebouwd, is dat hij of zij bij overlijden van de ex-partner niet meer het volledige ouderdomspensioen krijgt, maar steeds het eigen deel van het huwelijkse of partnerschap ouderdomspensioen.

Indexering van ‘recht op uitbetaling’

Het deel van het ouderdomspensioen dat vanaf de pensioendatum moet worden uitbetaald aan de ex-partner die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, wordt het ‘recht op uitbetaling’ genoemd. De hoogte van dat recht op uitbetaling’ staat niet voor altijd vast. Het bedrag kan meegroeien met de algemene loonontwikkeling die van invloed is op het inkomen van de ex-partner, die het pensioen heeft opgebouwd. De werkgever van die ex-partner moet daarom bij bepaalde typen pensioenregelingen aan de pensioenuitvoerder doorgeven hoeveel het inkomen op basis van de loonontwikkeling is gestegen. Ook als iemand niet meer in dienst is bij de werkgever kan het toch zijn dat de pensioenaanspraak groeit, bijvoorbeeld doordat er toeslagen worden verleend om de pensioenaanspraken op peil te houden en inflatie te compenseren. Een stijging van het inkomen van degene die het pensioen opbouwt na de scheiding die het gevolg is van de carrièreontwikkeling, bijvoorbeeld promotie, heeft geen invloed op het ‘recht van uitbetaling’.

Flexibele pensioendatum

Bij steeds meer pensioenregelingen bestaat voor de deelnemers de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen zelf te bepalen wanneer zij met pensioen willen gaan. Zo’n keuze heeft natuurlijk wel gevolgen voor de hoogte van het pensioen dat wordt uitbetaald.

Naarmate iemand eerder met pensioen gaat, zal het pensioen kleiner zijn. Het ‘recht op uitbetaling’ is steeds afhankelijk van de pensioendatum van de ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd. Als die persoon kiest voor een vervroeging van de pensioendatum, krijgt de ex-partner ook eerder haar of zijn deel uitbetaald. Maar een vroegere pensioendatum heeft een lagere uitkering tot gevolg. Dus wordt ook het deel van de ex-partner die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, lager. Door conversie kan zo’n nadeel voor degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, worden voorkomen.

Als het pensioen ingaat voordat de 65-jarige leeftijd is bereikt, geldt er doorgaans een hoger belastingtarief (voor 65+-ers is het percentage premie volksverzekeringen in de eerste schijf ca. 18% lager). Bovendien wordt er bij de pensioenopbouw rekening mee gehouden dat er een AOW-uitkering wordt ontvangen als men 65 wordt (zgn. AOW-inbouw). Als het pensioen dus ingaat voor de 65-jarige leeftijd, zal het pensioen ook lager zijn als er niet een zgn. overbruggingspensioen is getroffen ter compensatie van de AOW-inbouw voor 65 jaar.

Pensioen Verdeling en alimentatie

Verdeling van het ouderdomspensioen en de alimentatie staan los van elkaar. Alimentatie heeft te maken met de behoefte van de ene ex-partner en de draagkracht van de andere ex-partner. Pensioenverdeling is in de wet geregeld omdat het pensioen dat tussen huwelijkssluiting of registratie van partnerschap en scheiding is opgebouwd, het resultaat is van de inspanning van beide ex-partners en het pensioen is bedoeld voor beide ex-partners. Als het verdeelde pensioen wordt uitbetaald terwijl er op dat moment ook alimentatie wordt betaald, is dat natuurlijk wel van invloed.

Het beïnvloedt de behoefte van degene die alimentatie krijgt en de draagkracht van degene die alimentatie betaalt. Maar of uitbetaling van het verdeelde pensioen gevolgen zal hebben voor het doorlopen en/of de hoogte van de alimentatie, hangt af van de concrete omstandigheden van elk afzonderlijk geval.

Vermindering alimentatie samen afspreken

Als de ex-partners het er met elkaar over eens zijn dat na de pensionering de alimentatie verminderd of zelfs op nul gesteld kan worden, hoeven zij daarover niet te procederen. De ex-partner die alimentatie ontvangt, kan de ander rechtsgeldig in een brief meedelen tot welk bedrag de alimentatie mag worden verminderd. Zodra zij of hij bericht heeft ontvangen van de pensioenuitvoerder van de ex-partner over de hoogte van het eigen pensioendeel en de datum van de eerste betaling, kan zij of hij daarvan uitgaan in de brief over de vermindering.

U hertrouwt met uw ex-echtgenoot (het reparatiehuwelijk)

Als u en uw ex-echtgenoot hertrouwen, herleven zoals de wet zegt, alle gevolgen van het huwelijk.

Er is dan ook geen reden meer voor pensioenverevening. Als u met uw ex-echtgenoot hertrouwt moet u dat wél schriftelijk melden bij de pensioenuitvoerder. Dat moet u ook doen als u zich na een scheiding van tafel en bed verzoent.

Mocht u na hertrouwen wederom besluiten tot scheiding over te gaan, dan kan het pensioen alsnog worden verdeeld. Voor de bepaling van het pensioen dat verdeeld wordt, wordt de pensioenopbouw in huwelijkse perioden bij elkaar opgeteld. Uiteraard moet u uw scheiding weer via het officiële formulier melden bij de pensioenuitvoerder.

U trouwt met iemand anders of gaat een geregistreerd partnerschap met iemand anders aan.

Als u met iemand anders trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, heeft dat geen invloed op de verdeling van het pensioen. Uitgangspunt is namelijk dat het pensioen het resultaat is van de inspanningen tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap van beide ex-partners en is bedoeld voor beiden. Dit ligt dus heel anders dan bij alimentatie. Als degene die alimentatie ontvangt opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen (alsof zij getrouwd waren of hun partnerschap hadden laten registreren), vervalt het recht op alimentatie voorgoed.

Als degene die alimentatie betaalt opnieuw trouwt, een geregistreerd partnerschap sluit of gaat samenwonen, heeft dat vaak gevolgen voor diens draagkracht. Het zou kunnen zijn dat zo iemand meer geld nodig heeft voor het nieuwe gezin en daarom aan de rechter vraagt om vermindering van de alimentatie.

Bij welke pensioenuitvoerder moet u zijn?

Als u en/of uw ex-partner tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap bij verschillende werkgevers hebben gewerkt, kan er bij verschillende pensioenuitvoerders ouderdomspensioen zijn opgebouwd. U moet dan naar elke pensioenuitvoerder een formulier sturen om uw scheiding te melden. Het kan zijn dat u niet (meer) weet naar welke pensioenuitvoerder(s) u uw formulier moet sturen. Dat kunt u navragen bij de werkgever waar gewerkt is. Bij deze ‘zoektocht’ moet u goed onthouden dat er een wettelijke informatieplicht bestaat. Dit betekent dat ex-partners, pensioenuitvoerders en werkgevers verplicht zijn elkaar die gegevens te verstrekken, die nodig zijn om de rechten en plichten met betrekking tot pensioenverevening vast te stellen. Mocht u desondanks niet achter de pensioenuitvoerder van uw ex-partner kunnen komen, bijvoorbeeld omdat het bedrijf van naam is veranderd, is samengegaan met een ander bedrijf of niet meer bestaat, dan is er toch een aantal mogelijkheden om informatie te krijgen. U kunt bij vroegere collega’s informeren. Ook kunt u navraag doen naar de werkgever bij de Kamer van Koophandel, bij vakorganisaties.

U betaalt kosten

De pensioenuitvoerder mag volgens de wet de kosten van het verdelen van het pensioen aan beide ex-partners in rekening brengen. De pensioenuitvoerder kan voor die kosten aparte rekeningen sturen, of kan die kosten in mindering brengen op de uit te betalen pensioenbedragen. De ex-partners moeten elk de helft van de kosten betalen. De hoogte van het bedrag is niet in de wet vastgelegd. Pensioenuitvoerders berekenen dan ook verschillende bedragen. Wilt u de precieze hoogte van het bedrag weten dan kunt u contact opnemen met de pensioenuitvoerder.

Wat gebeurt er nadat het formulier is ingestuurd?

Als de pensioenuitvoerder het formulier tijdig (binnen 2jaar na scheiding) heeft ontvangen, wordt er eerst nagegaan of er gegevens of bijlagen ontbreken die nodig zijn. Als de wet toch niet op u van toepassing is, krijgt u dat te horen van de pensioenuitvoerder. Daarbij wordt vermeld waarom de wet niet op u van toepassing is.

Degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, krijgt na verloop van tijd (in de regel na ongeveer twee maanden) van de pensioenuitvoerder schriftelijk te horen welke aanspraak zij of hij heeft. Daarbij is vermeld wanneer de eerste betaling is. De andere ex-partner ontvangt een kopie van die brief.

Hoe worden de pensioenaanspraken berekend?

De pensioenuitvoerder gaat voor de berekening van de verdeling van het pensioen uit van het ouderdomspensioen dat tussen huwelijks- of partnerschapsluiting en scheiding is opgebouwd. Hiervoor gelden wettelijke regels. De pensioenopbouw is niet alle jaren even groot. Als iemand bijvoorbeeld 15jaar pensioen heeft opgebouwd, waarvan 10 jaar tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap, is het niet automatisch zo, dat 10 /15deel van het pensioen wordt verdeeld.

Verder is de wijze waarop bij de berekening van het ouderdomspensioen rekening wordt gehouden met het AOW-pensioen (franchise) niet bij elke pensioenregeling hetzelfde. Het is daarom heel moeilijk om zelf te berekenen hoe groot de gedeelde pensioenaanspraken zijn. U kunt dat het beste laten berekenen door de pensioenuitvoerder.

Uitbetaling pensioendelen en fiscale gevolgen

Enkele maanden voordat de betalingen beginnen, vraagt de pensioenuitvoerder zowel aan u als aan uw ex-partner op welke rekeningen u de betalingen wilt ontvangen. De pensioenuitvoerder zal u ook vragen in welke belastingtariefgroep u zit of wilt worden ingedeeld. De wet geeft geen recht op pensioenuitbetaling door de pensioenuitvoerder met terugwerkende kracht. Degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd, krijgt vanaf één maand na de melding uitbetaald.

Netto: De pensioenuitvoerder betaalt aan beide ex-partners de pensioendelen netto uit. Premies en belasting zijn al ingehouden. U krijgt aan het eind van het jaar van de pensioenuitvoerder een overzicht van wat u dat jaar aan bruto ouderdomspensioen hebt genoten, plus wat er is ingehouden aan premies en loonbelasting. Pensioenverdeling heeft voor de ex-partners in principe geen fiscale gevolgen, tenzij u en uw ex-partner door de verdeling van het pensioen in een andere (belasting) schijf komen.

De pensioenuitvoerder betaalt niet uit

In de volgende gevallen betaalt de pensioenuitvoerder niet uit aan degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd.

Als het formulier niet op tijd door de pensioenuitvoerder is ontvangen (binnen twee jaar na de scheiding).

  1. Als u de toepasselijkheid van de wet hebt uitgesloten in de huwelijkse of partnerschapvoorwaarden of in het scheidingsconvenant.
  2. Als de pensioenuitvoerder niet in Nederland is gevestigd.

Als het formulier niet op tijd door de pensioenuitvoerder is ontvangen, vervalt het rechtstreekse recht op uitbetaling door de pensioenuitvoerder aan degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd.

Op grond van de wet behoudt de ex-partner echter wel recht op een deel van het ouderdomspensioen. De ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd, zal dan aan de ander haar of zijn deel moeten uitbetalen. Kiest u ervoor om de wet niet van toepassing te verklaren en een afwijkende pensioenverdeling overeen te komen, dan zal ook in dat geval de ene ex-partner zelfde andere ex-partner moeten uitbetalen.

Premies en belasting

Als niét de pensioenuitvoerder, maar de ene ex-partner aan de ander een deel van het ouderdomspensioen uitbetaalt, zal hij of zij geen premies en loonbelasting inhouden van de ander. Wel kan hij of zij zèlf de uitbetaalde bedragen in mindering brengen op het belastbaar jaarinkomen, dat jaarlijks aan de Belastingdienst wordt opgegeven. De ex-partner die het pensioendeel betaalt, kan al gedurende het jaar rekening laten houden met de aftrekbare doorbetalingen van een pensioendeel. Het is namelijk mogelijk een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen te krijgen. Het daarvoor benodigde aanvraagformulier kan hij of zij aanvragen bij de Belastingdienst in de eigen woonplaats of regio. Daarna volgt altijd een aanslag inkomstenbelasting van de Belastingdienst. De ex-partner die het pensioendeel ontvangt, moet achteraf inkomstenbelasting en premies betalen aan de Belastingdienst. Hiervoor krijgt zij of hij een aanslag inkomstenbelasting. Als er geen voorlopige aanslag over het doorbetaalde pensioendeel wordt opgelegd, moet zij of hij er rekening mee houden dat achteraf een behoorlijk bedrag aan inkomstenbelasting en premies zal moeten worden betaald.

Het formulier Verevening pensioenrechten vindt u op:

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/formulieren/2014/04/11/formulier-mededeling-van-scheiding-in-verband-met-verdeling-van-ouderdomspensioen